ECLI:NL:RBMID:2008:BG6718
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hopmans
- Meeuwis
- Van den Boom
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij soortgelijke feiten
De rechtbank Middelburg behandelde de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, gebaseerd op zogenoemde 'Franse feiten', die soortgelijk zijn aan de feiten waarvoor verdachte reeds is veroordeeld. De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat deze feiten al onderdeel waren van de strafzaak of dat het vertrouwensbeginsel was geschonden. Dit verweer werd verworpen omdat de feiten niet in de nadere tenlastelegging waren opgenomen en geen concrete toezeggingen waren gedaan.
De kernvraag was of er voldoende aanwijzingen waren dat verdachte ook de Franse feiten had begaan. De officier van justitie baseerde zich op verklaringen van twee Franse getuigen die een ontmoeting met een man met een hogere positie in het netwerk beschreven, mogelijk verdachte. De rechtbank oordeelde echter dat deze verklaringen onvoldoende concreet en overtuigend waren. Er ontbrak helderheid over de identiteit van de man en de beschrijving van de locatie kwam niet overeen met de woning van verdachte, maar wel met die van een andere betrokkene.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte betrokken was bij de Franse feiten. Daarom werd de ontnemingsvordering afgewezen. Andere aangevoerde argumenten behoefden geen bespreking meer. De uitspraak werd gedaan door mr. Hopmans, mr. Meeuwis en mr. Van den Boom op 11 december 2008.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens onvoldoende aanwijzingen dat verdachte betrokken was bij de Franse feiten.