ECLI:NL:RBMID:2008:BG3927
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.C.M. Reinarz
- Rechtspraak.nl
Vaststelling economische waarde onroerende zaak en procedurele onregelmatigheden in bezwaarprocedure WOZ-waarde
Verweerder stelde de WOZ-waarde van een opslagloods per 1 januari 2005 vast op een bepaald bedrag. Eiser maakte bezwaar en verzocht om een hoorzitting, die verweerder niet heeft gehouden, maar een constructie toepaste waarbij het horen afhankelijk werd gesteld van een vervolgverzoek. De rechtbank oordeelt dat deze procedure in strijd is met artikel 7:2 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat het horen niet afhankelijk mag zijn van een niet in de wet voorziene formaliteit.
De rechtbank vernietigt daarom de uitspraak op bezwaar en besluit zelf de waarde van het object vast te stellen. Hierbij neemt zij het door verweerder overgelegde taxatierapport en de toelichting ter zitting in aanmerking, waarbij ook een erkende rekenfout wordt gecorrigeerd. De waarde wordt verminderd met het bedrag dat voortvloeit uit de rekenfout, mede rekening houdend met waardeverminderende factoren zoals de noodzaak tot asbestopruiming.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het object onverhuurbaar is en dat de vergelijking met de vorige WOZ-waarde niet relevant is. De procedurekosten worden niet aan verweerder opgelegd. De uitspraak bevat tevens een vergoeding van het griffierecht aan eiser.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens procedurele strijdigheid en stelt de waarde van het object lager vast.