ECLI:NL:RBMID:2008:BE2363
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering hulploon na sleep- en hulpactie bij stuurloos motortankschip op Westerschelde
Op 21 maart 2004 kreeg het Nederlandse motortankschip, geladen met stookolie, een black-out op de Westerschelde waardoor het stuurloos werd en dreigde te stranden. De sleepboot van Multraship sleepte het schip naar de Sloehaven, waar een tweede sleepboot assistentie verleende bij het afmeren.
Multraship vorderde betaling van hulploon van Hoek van Holland, stellende dat zij de hulpactie coördineerde en dat het schip in gevaar verkeerde door de weersomstandigheden en de lading. Hoek van Holland betwistte het recht op hulploon en de hoogte daarvan, onder meer vanwege de vermeende geringe gevaarsituatie en het ontbreken van overdracht van vorderingsrechten.
De rechtbank oordeelde dat Multraship als coördinator gerechtigd is de vordering in te stellen en dat het schip daadwerkelijk in gevaar verkeerde. De waarde van het schip en de lading werd aanvaard zoals door Multraship gesteld. De rechtbank stelde het hulploon vast op €130.000, en veroordeelde Hoek van Holland tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met rente en proceskosten. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen.
In een tweede procedure werd bevestigd dat Multraship vorderingsgerechtigd en vorderingsbevoegd is ten aanzien van de hulploonvordering. Hoek van Holland werd eveneens veroordeeld in de proceskosten van die procedure.
Het vonnis werd uitgesproken door mr. H.A. Witsiers op 23 juli 2008.
Uitkomst: Hoek van Holland wordt veroordeeld tot betaling van €130.000 hulploon aan Multraship, vermeerderd met rente en kosten.