ECLI:NL:RBMID:2008:BD5569
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap en verrekening overgespaarde inkomsten na echtscheiding
Partijen zijn op 27 januari 1986 te Terneuzen gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met beperkte gemeenschap van inboedel. De echtscheiding werd uitgesproken op 10 november 2004 en ingeschreven op 16 februari 2005.
De vrouw vordert onder meer toedeling van bepaalde inboedelgoederen, afgifte van kunstvoorwerpen, verrekening van overgespaarde inkomsten conform het Amsterdams verrekenbeding, en betaling van een vergoedingsrecht en achterstallige pensioentermijnen. De man vordert in reconventie vergoeding van een bedrag uit hoofde van een vergoedingsrecht, inzage in pensioenbescheiden en betaling van pensioenrechten.
De rechtbank gaat in op de berekening van de verrekeningsvordering volgens de evenredigheidsleer van de Hoge Raad, waarbij de waarde van de woning, de hypotheekschuld, en de tijdens het huwelijk betaalde premies en verbouwingskosten worden betrokken. De vordering tot toedeling van inboedel en kunstvoorwerpen wordt grotendeels toegewezen. De verrekening van overgespaarde inkomsten wordt vastgesteld op €36.977,--. De vrouw slaagt niet in haar stelling dat een plankrediet is afgelost met overgespaarde inkomsten, waardoor die vordering wordt afgewezen. De man krijgt recht op vergoeding van de helft van de ontslagvergoeding die is aangewend voor aflossing van een autolening, onder aftrek van waardevermindering.
Wat betreft pensioenverevening wordt geoordeeld dat de vrouw recht heeft op het netto deel van het pensioen van de man over de periode 16 februari 2005 tot 1 maart 2006, en dat de man recht heeft op de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde pensioen van de vrouw, mits de vereiste informatie wordt verstrekt. De rechtbank wijst de vordering tot afgifte van administratie af wegens gebrek aan bewijs. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlatingen over pensioeninformatie en waardebepaling van de auto.
Uitkomst: De rechtbank wijst de meeste vorderingen van de vrouw toe, stelt verrekening overgespaarde inkomsten vast op €36.977,-- en bepaalt pensioenverevening, terwijl de plankredietvordering wordt afgewezen.