ECLI:NL:RBMID:2008:BD2440
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens verjaring na onrechtmatige intrekking AAW/WAO-uitkering
Eiser heeft zich in 1977 ziek gemeld en ontving een AAW/WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. In 1979 trok het UWV deze uitkering in, maar kwam in 1997 terug op deze beslissing en betaalde alsnog de uitkering met rente.
Eiser vorderde een schadevergoeding van ruim €461.000 wegens de onrechtmatige intrekking, met het standpunt dat de vordering niet verjaard was omdat hij het UWV direct aansprakelijk had gesteld en de verjaring was gestuit.
Het UWV voerde verjaring aan, stellende dat de vordering uiterlijk in 1999 verjaard was en dat de aansprakelijkstelling in 2001 te laat was. De rechtbank oordeelde dat de vordering verjaard is omdat de twintigjarige verjaringstermijn objectief is en niet afhankelijk van opeisbaarheid. De gestelde stuiting was onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiser in de proceskosten van het UWV.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van eiser af wegens verjaring.