ECLI:NL:RBMID:2008:BD1404
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. van de Poll
- R.J. Daalman
- F.C.J.E. Meeuwis
- Rechtspraak.nl
Bevel tot terugkeer minderjarige naar Verenigde Staten op grond van HKOV
De vader en moeder, respectievelijk burger van de Verenigde Staten en Nederland, hebben een minderjarige die dubbele nationaliteit bezit. De moeder bracht het kind voor familiebezoek naar Nederland, met een afgesproken terugkeerdatum, maar verlengde het verblijf zonder instemming van de vader en weigerde terug te keren. De Centrale Autoriteit verzocht de rechtbank om op grond van het HKOV de onmiddellijke terugkeer van het kind te bevelen.
De moeder voerde verweer met onder meer het ontbreken van ongeoorloofde overbrenging en een beroep op de weigeringsgrond van artikel 13 lid 1 sub b HKOV Pro, stellende dat terugkeer het kind blootstelt aan gevaar en ondragelijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de moeder zonder toestemming handelde en dat de weigeringsgrond niet aannemelijk was gemaakt.
De rechtbank stelde vast dat voldoende pogingen tot minnelijke regeling waren gedaan en dat de Centrale Autoriteit niet verplicht was de moeder te informeren over buitenlandse procedures. De terugkeer werd bevolen binnen een redelijke termijn, met een bevel tot afgifte aan de vader indien de moeder nalatig blijft.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de terugkeer van de minderjarige naar de Verenigde Staten binnen een redelijke termijn en afgifte aan de vader bij nalatigheid van de moeder.