ECLI:NL:RBMID:2008:BC8596
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling geldlening en wettelijke rente tegen vennootschap en bestuurder afgewezen voor bestuurder
In deze zaak vordert eiser betaling van een geldlening van €200.000 plus rente van €115.667 van de vennootschap AHL en haar bestuurder. De lening was opeisbaar per 1 december 2005, maar is niet terugbetaald. Eiser stelt dat de bestuurder zich persoonlijk garant heeft gesteld en onrechtmatig heeft gehandeld.
De rechtbank oordeelt dat de lening inderdaad opeisbaar was op de afgesproken datum en wijst de vordering tegen AHL toe. De vordering tegen de bestuurder wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat deze zich persoonlijk garant heeft gesteld. Bovendien is niet gebleken dat de bestuurder wist of behoorde te begrijpen dat de vennootschap niet zou kunnen terugbetalen.
Ook het beroep op onrechtmatig handelen, bedrog of misbruik van omstandigheden faalt, omdat deze alleen de vennootschap kunnen treffen en niet de bestuurder persoonlijk. De kosten worden verdeeld waarbij AHL de kosten aan eiser moet vergoeden, en eiser de helft van de kosten aan de zijde van de bestuurder moet dragen.
Uitkomst: Vennootschap wordt veroordeeld tot betaling van geldlening met rente, vordering tegen bestuurder wordt afgewezen.