ECLI:NL:RBMID:2008:BC6591
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.J.G. Lameijer
- J.F.I. Sinack
- C.M.J. Peeters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en verkrachting
De rechtbank Middelburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van mensenhandel, verkrachting en poging tot verkrachting. De tenlastelegging betrof het werven, vervoeren en uitbuiten van twee vrouwen uit Bulgarije met het oogmerk seksuele uitbuiting, alsmede het dwingen tot seksuele handelingen en poging tot verkrachting van een derde vrouw.
Uit het dossier bleek dat de vrouwen naar Nederland kwamen om een relatie met verdachte te onderzoeken en niet primair voor seksuele uitbuiting. De rechtbank vond onvoldoende bewijs dat verdachte en medeverdachte het oogmerk hadden om de vrouwen in de prostitutie te laten werken. Ook was niet vastgesteld dat de vrouwen onder voortdurend toezicht stonden of ernstig beperkt waren in hun vrijheid.
De verklaringen van de betrokken vrouwen waren inconsistent en boden onvoldoende aanknopingspunten voor verkrachting. De poging tot verkrachting van de derde vrouw was niet bewezen omdat er geen begin van uitvoering was. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
De verdediging voerde aan dat de vrouwen vrijwillig en met economische motieven naar Nederland kwamen en dat verdachte een serieuze relatie wilde. De rechtbank volgde dit en concludeerde dat de tenlastelegging niet bewezen was.
Het vonnis werd uitgesproken op 12 maart 2008 door de meervoudige kamer van de rechtbank Middelburg.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel en verkrachting.