ECLI:NL:RBMID:2007:BB8650
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vrijheid van werknemer om na dienstverband concurrerend te handelen zonder onrechtmatige klantenbenadering
TSR vorderde in kort geding een verbod tegen [gedaagde sub 1] en ZMC om werkzaamheden te verrichten voor Scheldepoort en een voorschot op schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige concurrentie. [gedaagde sub 1] was tot 1 maart 2007 werknemer bij TSR zonder concurrentiebeding en trad daarna in dienst bij ZMC, een nieuw opgericht schoonmaakbedrijf geleid door een voormalige TSR-directeur.
TSR stelde dat [gedaagde sub 1] en ZMC onrechtmatig handelden door klanten van TSR, met name Scheldepoort, af te snoepen met gebruikmaking van vertrouwelijke kennis en werknemers. De verdediging betwistte dit en stelde dat Scheldepoort zelf de keuze maakte van leverancier, zonder actieve benadering door [gedaagde sub 1] of ZMC.
De rechtbank oordeelde dat zonder concurrentiebeding een werknemer vrij is om te concurreren, mits geen onrechtmatige klantenbenadering plaatsvindt. Er was onvoldoende bewijs dat [gedaagde sub 1] of ZMC actief klanten hadden benaderd of vertrouwelijke gegevens hadden misbruikt. Scheldepoort had zelfstandig gekozen voor ZMC. Daarom werd het onrechtmatig handelen niet vastgesteld en werden de vorderingen van TSR afgewezen.
TSR werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van bewijs voor onrechtmatige concurrentie en bevestigt de vrijheid van werknemers zonder concurrentiebeding om na afloop van hun dienstverband concurrerend te werken.
Uitkomst: De vorderingen van TSR wegens onrechtmatige concurrentie zijn afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen door werknemer en ZMC.