ECLI:NL:RBMID:2007:BB6654
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldige opzegging erfpacht en opstal met vaststelling waarde opstal
In deze civiele zaak staat centraal de vraag welk recht van toepassing is op de opzegging van een erfpacht- en opstalrecht dat meer dan dertig jaar heeft geduurd. De eigenaar van de grond heeft de erfpacht met inachtneming van een opzegtermijn van één jaar opgezegd. De erfpachter betwistte de rechtsgeldigheid van deze opzegging en stelde dat zij het recht van erfpacht rechtsgeldig had verkregen.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 166 van Pro de Overgangswet NBW het oude recht, artikel 766 BW Pro, van toepassing blijft op erfpachten aangevangen vóór het in werking treden van de wet. Dit artikel bepaalt dat de eigenaar het recht kan doen eindigen na dertig jaren, tenzij bijzondere bedingen dit verhinderen. Nu geen bijzondere bedingen zijn gesteld of gebleken en het recht langer dan dertig jaar heeft geduurd, is de opzegging rechtsgeldig.
De vorderingen van de erfpachter om geen canon te hoeven betalen of een lagere canon te hanteren worden afgewezen omdat zij geen belang meer heeft bij deze vorderingen na de rechtsgeldige opzegging. De rechtbank wijst ook de vorderingen van de eigenaar van de grond toe om het erfpacht- en opstalrecht te beëindigen en de ontruiming te effectueren, onder voorbehoud van vaststelling van de waarde van de opstal.
Omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de waarde van de opstal, wordt de zaak aangehouden en verwezen naar een rolzitting waar partijen zich kunnen uitlaten over de benoeming van deskundigen die de waarde moeten bepalen. De ontruiming kan pas plaatsvinden nadat de waarde is vastgesteld en voldaan.
Uitkomst: De opzegging van het erfpacht- en opstalrecht is rechtsgeldig, vorderingen erfpachter worden afgewezen, zaak aangehouden voor vaststelling waarde opstal.