ECLI:NL:RBMID:2007:BB6640
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering lening na echtscheiding en oprichting besloten vennootschap
Partijen waren gehuwd onder huwelijkse voorwaarden en zijn in 2004 gescheiden. Kort na het huwelijksovereenkomst betaalde eiser een bedrag van 40.000 gulden aan gedaagde, dat gebruikt werd voor de oprichting van een besloten vennootschap (B.V.) waarvan gedaagde enig aandeelhouder en bestuurder was.
Eiser vorderde terugbetaling van dit bedrag met wettelijke rente, stellende dat het een lening betrof. Gedaagde stelde dat het een schenking was en dat zij niet persoonlijk aansprakelijk kon worden gesteld omdat het geld aan de B.V. was verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde erkende dat uit de administratie van de B.V. geen lening of schenking bleek en dat de betaling door eiser aan gedaagde was gedaan ter volstorting van aandelen. De briefwisseling tussen advocaten toonde aan dat sprake was van een lening, die door gedaagde impliciet werd erkend.
De vordering tot terugbetaling werd toegewezen, met veroordeling tot betaling van €18.151,20 plus wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. De voorwaardelijke reconventie van gedaagde werd afgewezen wegens ontbreken van een lening aan de B.V.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €18.151,20 met wettelijke rente vanaf dagvaarding.