ECLI:NL:RBMID:2007:BB5273
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F.I. Sinack
- G.J.A. van Unnik
- N.C.W. Haesen
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens ontbreken tewerkstellingsvergunning bij inzet vreemdelingen
De provincie Zeeland had het maaiwerk langs provinciale wegen uitbesteed aan Growepa B.V., die op haar beurt drie vreemdelingen inhuurde via het Duitse Bastan Galabau. Verweerder legde aan eiseres een boete van €24.000 op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (WAV), omdat de vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning werkzaamheden verrichtten.
Eiseres voerde aan dat zij niet als werkgever in de zin van de WAV kon worden beschouwd, omdat zij geen werkleiding of instructie gaf en het werk feitelijk door derden werd uitgevoerd. De rechtbank oordeelde dat het ruime werkgeversbegrip van de WAV inhoudt dat degene die feitelijk arbeid laat verrichten, vergunningplichtig is, ongeacht de juridische constructie of hiërarchie.
Verder werd geoordeeld dat hoewel het Duitse bedrijf diensten verricht binnen de EU, het ter beschikking stellen van arbeidskrachten betekent dat de werknemers toetreden tot de Nederlandse arbeidsmarkt, waardoor Nederland bevoegd is de toegang te reguleren. De boeteoplegging was daarom terecht en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de boete wegens het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning wordt ongegrond verklaard.