ECLI:NL:RBMID:2007:BA5051
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag wegens ondeugdelijkheid vordering en belangenafweging
De stichting Zeeuwse Stichting voor Beheer en Bewindvoering, handelend als bewindvoerder van belanghebbende, vorderde opheffing van conservatoir beslag dat door gedaagde was gelegd. De vordering van gedaagde was gebaseerd op een voorovereenkomst waarover een bodemprocedure liep. De rechtbank had in een tussenvonnis geoordeeld dat de overeenkomst vermoedelijk tot stand was gekomen door misbruik van omstandigheden, en gaf gedaagde het tegenbewijs.
De voorzieningenrechter achtte het voorlopig oordeel van de rechtbank bindend zolang getuigenverhoren niet waren afgerond. Daarnaast ontbrak een nadere onderbouwing van de hoogte van het gevorderde bedrag van ruim €2,7 miljoen. Hierdoor was summierlijk gebleken dat de vordering ondeugdelijk was. Tevens werd vastgesteld dat het beslag de bewindvoering en juridische bijstand van belanghebbende ernstig belemmerde.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vordering tot opheffing van het beslag toewijsbaar was, maar wees de dwangsom af omdat gedaagde had toegezegd onverwijld aan een veroordeling tot opheffing gevolg te geven. Gedaagde werd veroordeeld de beslagen binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis op te heffen en de proceskosten werden aan zijn zijde vastgesteld.
Uitkomst: Het conservatoir beslag wordt opgeheven binnen twee werkdagen na betekening van het vonnis.