ECLI:NL:RBMID:2006:AZ9817
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling legitieme portie bij inbreng gift en waardering geldvordering op contante waarde
In deze zaak vordert eiseres haar legitieme portie in een nalatenschap waarin een geldlening van ƒ 50.000 is ingebracht. De erflaatster had deze lening verstrekt onder strikte voorwaarden, waaronder een terugbetaling van ƒ 200 per maand over 20 jaar, niet opeisbaar bij overlijden.
De kantonrechter bevestigt dat de lening niet tussentijds opeisbaar is en dat de waarde van deze vordering moet worden bepaald op de contante waarde per datum overlijden van de erflaatster, 25 mei 2001. Dit om rekening te houden met het risico en renteverlies voor gedaagden, die de lening in termijnen ontvangen.
Verder wordt erkend dat gedaagden bezwaar maken tegen een eenmalige uitkering aan eiseres en dat zij op grond van art. 4:5 BW Pro kunnen verzoeken om termijnbetaling. De kantonrechter staat het horen van getuigen toe om te bewijzen dat eiseres voor overlijden een gift van ƒ 4.000 heeft ontvangen, waarbij de bewijslast hiervoor bij gedaagden ligt.
De procedure wordt voortgezet met getuigenverhoor en nadere conclusies, waarbij partijen zich ook mogen uitlaten over de contante waarde van de geldlening.
Uitkomst: De geldvordering wordt gewaardeerd op contante waarde per datum overlijden met mogelijkheid tot termijnbetaling; bewijslast gift ligt bij gedaagden.