ECLI:NL:RBMID:2006:AZ5254
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering hulploon wegens ontbreken van gevaar en hulpverlening aan motortankschip
Op 27 december 2002 liep het motortankschip Argas, eigendom van Posttrans B.V., schade op door aanraking met een strekdam. De schipper zette het schip met het voorschip aan de grond, waarna inspectie plaatsvond. Hoewel het schip een scheur van 35 centimeter had en water binnenliep, was er geen olielekkage en konden de pompen het water onder controle houden.
Multraship, belast met de organisatie van hulpverlening en namens haar ingeschakelde sleepboten, vorderde betaling van hulploon op grond van artikel 8:569 lid 2 BW Pro. Posttrans betwistte het vorderingsrecht van Multraship en stelde dat geen gevaar meer bestond en dat er geen daadwerkelijke hulp was verleend.
De rechtbank oordeelde dat er aanvankelijk wel sprake was van gevaar, maar dat dit gevaar was geweken toen de omvang van de schade duidelijk werd. De hulp van Multraship en haar schepen was beperkt tot het sturen van schepen die slechts in de nabijheid ronddreven, waarbij alleen de Fonda zonder toestemming langszij lag maar geen actieve hulp bood. Het inschakelen van een duiker was door Posttrans zelf gedaan. Daarom was er geen recht op hulploon en werden de vorderingen afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Multraship tot betaling van hulploon af wegens het ontbreken van gevaar en daadwerkelijke hulpverlening.