ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0592
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming Importer’s Agreement en onrechtmatige opzegging door Prins Groep
In deze zaak staat centraal of Prins Groep B.V. de Importer’s Agreement van 14 november 1994, met addendum van 3 december 1996, rechtsgeldig heeft opgezegd per 27 september 2005. Scandia Foods Limited betwist de opzegging en vordert nakoming van de overeenkomst tot 1 januari 2007, betaling van schadevergoeding en een dwangsom.
De overeenkomst geeft Scandia het exclusieve recht om bepaalde producten van Prins in het Verenigd Koninkrijk en Ierland te verkopen. Prins stelde dat zij op grond van het addendum de overeenkomst onmiddellijk kon beëindigen vanwege vermeende merknaaminbreuk en contractbreuk door Scandia. De rechtbank beoordeelde dat het addendum slechts ziet op de provisieregeling en niet op de gehele overeenkomst, waardoor Prins niet gerechtigd was de overeenkomst tussentijds te beëindigen.
De rechtbank oordeelde dat de opzegging door Prins onrechtmatig was en veroordeelde Prins tot nakoming van de Importer’s Agreement tot 1 januari 2007, inclusief het nalaten van leveranties buiten Scandia om in het Territoir. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor elke dag dat Prins niet aan deze verplichtingen voldoet, met een maximum van €400.000. De vordering tot voorschot op schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid en betwisting door Prins.
De proceskosten werden gecompenseerd zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken op 11 april 2006 door voorzieningenrechter S.M.J. van Dijk.
Uitkomst: Prins is veroordeeld tot nakoming van de Importer’s Agreement tot 1 januari 2007 en betaling van een dwangsom bij niet-nakoming.