ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0274
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Damsteegt
- C. van Boven-Hartogh
- J.F.I. Sinack
- Rechtspraak.nl
Ontheffingen Flora- en faunawet voor populatiebeheer damherten en reeën deels vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging
De rechtbank Middelburg behandelde beroepen tegen besluiten van 4 april 2006 waarbij het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland ontheffingen verleende voor het beheer van damherten en reeën in Zeeland op grond van artikel 68 van Pro de Flora- en faunawet. De ontheffingen betroffen het verontrusten en doden van dieren binnen en buiten aangewezen leefgebieden, met het oog op verkeersveiligheid en het voorkomen van schade aan landbouw en natuur.
De rechtbank oordeelde dat de ontheffing voor het leefgebied Manteling van Walcheren een deugdelijke grondslag had, mede gebaseerd op een faunabeheerplan en onderzoek van Alterra. Voor de Kop van Schouwen en gebieden buiten de leefgebieden ontbrak echter een voldoende onderbouwing van de noodzaak, met name vanwege onvoldoende aantoonbare schade en onduidelijkheid over de maximale populatieomvang. De belangenafweging was ontoereikend en de motivering onvoldoende draagkrachtig.
De rechtbank vernietigde daarom de ontheffingen voor de Kop van Schouwen en de gebieden buiten de Manteling van Walcheren en Kop van Schouwen, en schorste de primaire besluiten van 22 november 2005, met uitzondering van de ontheffing voor Manteling van Walcheren. Tevens werd de provincie veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ontheffingen voor de Kop van Schouwen en gebieden buiten Manteling van Walcheren wegens onvoldoende belangenafweging, maar handhaaft de ontheffing voor Manteling van Walcheren.