ECLI:NL:RBMID:2006:AZ0105
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vergoeding en retentierecht bij opvang van katten wegens woningverlating
De zaak betreft een kort geding tussen het Haags Dierencentrum en een gedaagde die 60 katten bij het centrum onderbracht nadat zij haar flatwoning wegens overlast had moeten verlaten. Het centrum vordert betaling van de kosten voor opvang, verzorging en medische behandeling van de katten, die inmiddels opgelopen zijn tot ruim € 42.000. Gedaagde erkent de kosten deels maar betwist de hoogte en stelt dat zij de katten vanaf juni 2006 zelf kan verzorgen. Tevens vordert zij teruggave van haar katten, wat het centrum weigert op grond van een retentierecht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van zaakwaarneming en dat het centrum recht heeft op vergoeding van de redelijke kosten voor opvang en medische verzorging, aangezien de tarieven marktconform zijn en de katten daadwerkelijk medische zorg nodig hadden. De vordering wordt toegewezen voor de periode tot juni 2006, maar toekomstige kosten, rente en buitengerechtelijke kosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het retentierecht van het centrum wordt bevestigd, waardoor de vordering van gedaagde tot teruggave van de katten wordt afgewezen. De rechtbank acht het spoedeisend belang van het centrum aannemelijk, gezien het uitblijven van betalingen en de oplopende kosten. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 35.500,25 plus een dagvergoeding vanaf juli 2006, en in de proceskosten. De vorderingen in reconventie worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de kosten voor opvang en verzorging van de katten en het retentierecht van het centrum wordt bevestigd.