ECLI:NL:RBMID:2006:AY9618
Rechtbank Middelburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod op tenuitvoerlegging verstekvonnis in schuldsanering wegens bestaande schuld
Eiser en gedaagde, voormalig gehuwd en later gescheiden, hadden gezamenlijk een schuld bij de ABN AMRO Bank die reeds bestond vóór de toepassing van de schuldsaneringsregeling op eiser. Na het faillissement en de schuldsanering van eiser, werd gedaagde door de bank gedagvaard en bereikte een schikking met de bank. Vervolgens werd eiser bij verstek veroordeeld tot betaling van een deel van deze schuld aan gedaagde. Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt verboden het verstekvonnis ten uitvoer te leggen via beslag.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering van gedaagde op eiser voortvloeit uit een voor de schuldsanering bestaande rechtsverhouding en dat de rechtbank Utrecht geen nieuwe schuld heeft gecreëerd. De vordering valt daarmee onder de werking van de schuldsaneringsregeling en het verstekvonnis kan niet door beslag ten uitvoer worden gelegd. Gedaagde wordt verboden het vonnis door middel van beslag te executeren en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt verboden het verstekvonnis ten laste van eiser door middel van beslag ten uitvoer te leggen.