ECLI:NL:RBMID:2006:AY9540
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waardering van woning en aangebouwde garage als zelfstandige objecten
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waardering van twee aan elkaar gebouwde objecten op één kadastraal perceel: een woning met tuinhuis en een aangebouwde garage die is verbouwd tot zelfstandige woonruimte. Verweerder heeft beide objecten afzonderlijk gewaardeerd, terwijl eiser stelt dat het in wezen één woning betreft vanwege gedeelde nutsvoorzieningen en beperkte oppervlakte van de garage.
De rechtbank oordeelt dat de aangebouwde woonruimte voldoet aan de criteria van een zelfstandig bruikbare eenheid volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ, omdat deze over alle basale voorzieningen beschikt om zelfstandig te kunnen worden gebruikt. Het tijdelijke karakter en gedeelde nutsvoorzieningen zijn niet relevant voor de objectafbakening.
Ten aanzien van de waardering heeft verweerder de WOZ-waarden aangepast op basis van taxatierapporten en marktgegevens van vergelijkbare woningen. De rechtbank vindt de gehanteerde waarderingsmethodiek en correcties aannemelijk en wijst de bezwaren van eiser af. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarderingen van de woning en de aangebouwde garage worden ongegrond verklaard.