ECLI:NL:RBMID:2006:AY9191
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en gevolgen vonnis inzake betaling exclusief BTW bij verbouwingswerkzaamheden
In deze civiele procedure staat de uitleg van het vonnis van 16 december 1998 centraal, waarin een bedrag van f. 30.032,78 exclusief BTW werd toegewezen. Partijen verschillen van mening over de vraag of dit bedrag vermeerderd moest worden met BTW. Het hof 's-Gravenhage oordeelde in 2003 dat het executoriaal beslag onrechtmatig was gelegd, maar dat dit niet betekende dat het vonnis zelf was komen te vervallen.
De eiser vordert terugbetaling van een BTW-bedrag dat onder executoriaal beslag is geïncasseerd, alsmede vergoeding van kosten van rechtsbijstand. De gedaagde betwist deze vorderingen en stelt dat het vonnis onherroepelijk is en dat de BTW verschuldigd is. De rechtbank stelt dat het vonnis van 16 december 1998 onherroepelijk is geworden omdat geen hoger beroep is ingesteld.
De rechtbank concludeert dat het vonnis, gelezen in samenhang met latere vonnissen, inhoudt dat de BTW over het exclusief genoemde bedrag verschuldigd is. De vordering tot terugbetaling van de BTW wordt daarom afgewezen. Ook de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig beslag wordt afgewezen, omdat onvoldoende schade is aangetoond. De kosten van de procedure worden verdeeld conform de uitkomst van de zaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot terugbetaling van BTW en schadevergoeding af en bevestigt dat het vonnis van 16 december 1998 onherroepelijk is.