ECLI:NL:RBMID:2006:AY9168
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering en verrekening van uitkering op grond van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement
De zaak betreft een geschil tussen de Staat der Nederlanden en een voormalig beroepsmilitair over de terugvordering van een uitkering op grond van het Algemeen Militair Ambtenaren Reglement (AMAR). De Staat vordert betaling van een bedrag dat volgens haar ten onrechte aan de militair is doorbetaald na diens ontslag. De militair voert verweer met onder meer een beroep op verrekening en stelt dat de uitkering na 1 september 2002 ten onrechte is stopgezet.
De rechtbank stelt vast dat het besluit van de Staat tot terugvordering formele rechtskracht heeft gekregen omdat er geen beroep tegen is ingesteld. De rechtbank verwerpt het beroep op verrekening omdat de militair dit onvoldoende heeft onderbouwd en de door de Staat overgelegde betaaloverzichten dit tegenspreken. Ook de stelling dat de periode van 18 maanden uitkering later zou eindigen, wordt buiten beschouwing gelaten.
Daarnaast wijst de rechtbank de vordering in voorwaardelijke reconventie van de militair af, omdat deze dezelfde gronden heeft als het verworpen beroep op verrekening. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen, maar gematigd tot een bedrag van € 904,00. De rechtbank veroordeelt de militair tot betaling van € 13.164,21 plus wettelijke rente en in de proceskosten.
Uitkomst: De militair wordt veroordeeld tot terugbetaling van € 13.164,21 plus wettelijke rente en proceskosten; het beroep op verrekening wordt verworpen.