ECLI:NL:RBMID:2006:AV6491
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking toeslag bezwarende werkomstandigheden provincie Zeeland
Eiser, werkzaam als technisch medewerker gebouwenonderhoud, ontving een toeslag voor bezwarende werkomstandigheden op grond van een regeling die in 2004 door verweerder werd ingetrokken. Verweerder stelde een afbouwregeling in en trok de toeslag per 1 augustus 2004 in. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank overwoog dat het TNO-onderzoek waarop verweerder zich baseerde onvoldoende specifiek was voor de functie van eiser en dat er onvoldoende feitelijk materiaal was verzameld over de werkelijke blootstelling aan bezwarende omstandigheden. De stopzetting van de toeslag was daarom voorbarig. Tevens was het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het bezwaar gegrond had moeten verklaren en veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente over de na te betalen toeslag. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de toeslag wordt vernietigd.