ECLI:NL:RBMID:2005:AU7674
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding vastgesteld bij aanvraag WWB-uitkering
Eiseres diende een aanvraag in voor een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en Bijstand (WWB), welke door de gemeente Middelburg werd afgewezen vanwege de veronderstelling dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met haar neef die inkomsten had. Eiseres betwistte dit en stelde dat zij een eigen huishouding voerde, ondanks dat zij een kamer huurde in de woning van haar neef en met hem mee at vanwege financiële problemen.
De rechtbank overwoog dat om van een gezamenlijke huishouding te spreken, er sprake moet zijn van hoofdverblijf op hetzelfde adres en wederzijdse zorg of financiële verstrengeling die verder gaat dan het delen van woonlasten. Uit het onderzoek, waaronder een huisbezoek, bleek onvoldoende bewijs van wederzijdse zorg of financiële verstrengeling. De aanwezigheid van een babykamer en gedeelde spullen werd niet als doorslaggevend gezien gezien het familieverband en de kleine woning.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een gezamenlijke huishouding en vernietigde het bestreden besluit. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de WWB-uitkering wordt vernietigd.