ECLI:NL:RBMID:2005:AS9537
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.J.M. Klarenbeek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering wegens ontbreken deskundigenverklaring na ziekte en arbeidstherapie
De werkneemster was sinds 1997 in dienst bij de werkgever als sociaal pedagogisch medewerker en meldde zich in januari 2003 ziek vanwege te hoge werkbelasting. Na een periode van ziekte en gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid werkte zij in januari 2004 op arbeidstherapeutische basis, niet in haar oude functie. De werkgever stopte per 29 januari 2004 de loonbetaling, stellende dat de wettelijke loondoorbetalingsperiode van 52 weken was verstreken.
De werkneemster vorderde loonbetaling vanaf 29 januari 2004, stellende dat zij gedeeltelijk arbeidsgeschikt was en onterecht van het werk werd weggestuurd. De werkgever betwistte dit en stelde dat de werkneemster niet meer werkte en een ontbinding met vergoeding wilde. De kantonrechter oordeelde dat de werkneemster andere passende arbeid verrichtte op arbeidstherapeutische basis en dat de loondoorbetalingsverplichting na 52 weken eindigde.
Voor de loonvordering was een deskundigenverklaring vereist volgens art. 7:629a BW, vanwege het betwiste arbeidsvermogen. De werkneemster slaagde er niet in een geldige verklaring over te leggen. Het door haar ingediende UWV-rapport voldeed niet aan de wettelijke eisen. Daarom werd de loonvordering afgewezen. Er was geen sprake van kennelijk onredelijk procesgebruik, zodat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De loonvordering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een vereiste deskundigenverklaring.