ECLI:NL:RBMID:2005:AS8918
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.J.R.P. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens bedrijfseconomische redenen kennelijk onredelijk verklaard met schadevergoeding
Eiser was sinds 1990 in dienst bij verweerder als financieel administrateur. Verweerder kampte met financiële problemen en besloot de financiële administratie te reorganiseren, waarbij het dienstverband van eiser werd beëindigd. Eiser stelde dat het ontslag een valse reden had en kennelijk onredelijk was, mede omdat het werk werd overgenomen door een directielid en er onvoldoende maatregelen waren getroffen om de gevolgen voor hem op te vangen.
De kantonrechter stelde vast dat het ontslag formeel rechtmatig was en dat de financiële situatie van verweerder verslechterd was, maar dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat er geen maatregelen waren getroffen om de nadelige gevolgen voor eiser te compenseren. De kantonrechter vergeleek de situatie met een ontbinding van de arbeidsovereenkomst en concludeerde dat eiser minder had ontvangen dan bij ontbinding het geval zou zijn geweest.
In het vervolg van de procedure werd de financiële positie van verweerder nader onderzocht. De kantonrechter constateerde dat verweerder ondanks verliezen in 2002 en 2003 erin geslaagd was deze terug te dringen en dat de managementfees binnen het concern niet buitensporig hoog waren. Er was geen bewijs dat verweerder niet in staat was een schadevergoeding te betalen.
Eiser had zich ingespannen om ander werk te vinden, maar zonder succes. De kantonrechter bevestigde het voorlopige oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk was en wees een schadevergoeding toe van € 25.519,12 bruto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 mei 2003. Herstel van de dienstbetrekking werd afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het ontslag is kennelijk onredelijk verklaard en verweerder is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 25.519,12 bruto plus wettelijke rente.