ECLI:NL:RBMID:2005:AS8909
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.J.R.P. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet gehouden arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden bij twijfel over geschiktheid werknemer
De werknemer trad op 7 februari 2003 in dienst bij Compagnie de Manutention Vlissingen BV voor onbepaalde tijd. Na beëindiging van deze overeenkomst op 1 september 2003 werd een tweede arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van zes maanden aangeboden door de gefuseerde vennootschap Compagnie de Manutention Rotterdam BV (CdMR). De werknemer stelde dat hem was toegezegd dat hij na de eerste overeenkomst recht had op een contract voor onbepaalde tijd en dat de clausule 'na gebleken geschiktheid' misleidend was.
De kantonrechter oordeelde dat de tweede overeenkomst geldig tot stand was gekomen en dat de werkgever de vrijheid had om te beoordelen of de werknemer geschikt was voor de functie. Uit een evaluatiegesprek bleek dat er kritiek was op de samenwerking en houding van de werknemer, wat leidde tot het oordeel dat hij niet geschikt was. Dit oordeel kon echter niet als redelijk worden beschouwd, omdat de werknemer niet voldoende gelegenheid had gekregen om zich te verbeteren.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever zich niet als goed werkgever had gedragen door de werknemer zo kort na het begin van de tweede overeenkomst definitief ongeschikt te verklaren zonder een verbetertraject. De vordering tot het vaststellen van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd werd afgewezen, maar de werkgever werd wel aansprakelijk gehouden voor schadevergoeding wegens schending van goed werkgeverschap. Partijen werden gelast om nadere informatie te verstrekken en een minnelijke regeling te beproeven.
Uitkomst: De werkgever is niet gehouden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden, maar is wel schadeplichtig wegens schending van goed werkgeverschap.