ECLI:NL:RBMID:2004:AR8425
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.J.R.P. Verhoeven
- Rechtspraak.nl
Loonvordering wegens arbeidsongeschiktheid en re-integratie bij ziekenverzorgende
De werkneemster, sinds 1971 in dienst als ziekenverzorgende, meldde zich ziek wegens heupklachten en wilde haar werkzaamheden hervatten vanaf 31 juli 2002. De bedrijfsarts achtte haar echter slechts geschikt voor aangepast werk, waarop de werkgever haar niet toestond haar eigen functie te hervatten. De werkneemster stelde dat zij wel arbeidsgeschikt was en vroeg een second opinion aan, maar reageerde niet tijdig op uitnodigingen van de werkgever om hierover te overleggen.
De kantonrechter oordeelde dat hoewel de werkgever het risico draagt dat de bedrijfsarts onjuist oordeelde, het langdurig stilzitten en het niet tijdig aanvragen van de second opinion aan de werkneemster zelf te wijten is. Hierdoor werd de loonvordering slechts toegewezen voor de periode van 31 juli tot 1 december 2002. Daarnaast werd de wettelijke verhoging gematigd vanwege het gedrag van de werkneemster.
De werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten omdat zij voor meer dan de helft in het ongelijk werd gesteld. De werkgever hoefde geen loon te betalen over de periode na 1 december 2002 tot de daadwerkelijke hervatting van de werkzaamheden op 23 augustus 2004, omdat de vertraging aan de werkneemster kon worden toegerekend.
Uitkomst: Loonbetaling toegewezen voor periode 31 juli tot 1 december 2002, daarna afgewezen wegens eigen schuld werkneemster.