ECLI:NL:RBMID:2004:AP2620
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering immateriële schadevergoeding na meervoudige verkrachting
Eiseres, de stiefdochter van gedaagde, vordert een schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, gebaseerd op meervoudige verkrachting gepleegd door gedaagde in de periode 1992-1996 toen zij tussen 9 en 13 jaar oud was. Gedaagde erkent de feiten, maar betwist de hoogte van de schadevergoeding en beroept zich op zijn beperkte financiële draagkracht.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde strafrechtelijk is veroordeeld voor de verkrachtingen en dat de psychische schade van eiseres, waaronder posttraumatische stressklachten, voldoende is aangetoond met medische verklaringen en hulpverleningsrapporten. De rechtbank weegt dat de ernst van de feiten en de langdurige psychische gevolgen een hogere schadevergoeding rechtvaardigen dan de richtlijnen van het Schadefonds Geweldsmisdrijven aangeven.
De rechtbank wijst de vordering toe tot een bedrag van €10.000,-, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 augustus 2003. De geringe draagkracht van gedaagde en zijn schulden kunnen de toewijzing niet verhinderen, mede omdat schulden deels voortvloeien uit zijn strafrechtelijke veroordeling. Gedaagde wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €10.000,- immateriële schadevergoeding met wettelijke rente en proceskosten aan eiseres.