ECLI:NL:RBMID:2004:AP0772
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C. de Regt
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij vordering uit onrechtmatige daad zonder directe contractuele relatie
In deze zaak vordert Continental Liner and Shipping Services LLC (Class) betaling van schadevergoeding van Ukranian Danube Shipping Company (UDP) wegens vertraging en kwaliteitsvermindering van lading aardappels, uien en appels. De lading werd vervoerd met het schip 'Ryshkany', dat door Port of Control te Vlissingen als onzeewaardig werd bestempeld, waardoor het schip niet mocht uitvaren. Class stelde dat UDP aansprakelijk is omdat het schip niet zeewaardig was.
UDP voerde een incident van onbevoegdheid aan, stellende dat Class geen directe contractuele relatie met UDP heeft en dat geschillen tussen Class en Cosmos Shipping Co Ltd, de tussenpartij, onder Engels recht en arbitrage in Londen vallen. UDP baseerde zich op artikel 8:363 BW Pro om te betogen dat zij de forum- en rechtskeuzebepalingen uit de reisbevrachtingsovereenkomst tussen Class en Cosmos aan Class kan tegenwerpen.
De rechtbank oordeelt dat artikel 8:363 BW Pro bescherming biedt tegen het omzeilen van exoneraties door derden, maar niet zover gaat dat een derde partij kan worden afgehouden van de bevoegde rechter. Arbitrage vereist een overeenkomst tussen partijen, die tussen Class en UDP ontbreekt. Daarom is de rechtbank Middelburg bevoegd om kennis te nemen van de vordering van Class tegen UDP.
De rechtbank verklaart zich bevoegd, veroordeelt UDP tot betaling van proceskosten in het incident en verwijst de hoofdzaak naar de rol van 23 juni 2004 voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep op arbitrage af wegens het ontbreken van een overeenkomst tussen partijen.