ECLI:NL:RBMID:2004:AO8367
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning adeldom aan adoptiefkind op grond van onmiddellijke werking Wet op de Adeldom
Eiseres verzocht om erkenning als behorend tot de Nederlandse adel, maar haar verzoek werd door de Hoge Raad van Adel en het Ministerie van Binnenlandse Zaken geweigerd. De rechtbank onderzoekt of artikel 3 van Pro de Wet op de Adeldom, dat adeldom ook toekent aan buiten het huwelijk geboren kinderen, ook van toepassing is op adoptiefkinderen die vóór de inwerkingtreding van de wet zijn geboren.
De rechtbank stelt vast dat artikel 3 onmiddellijke Pro werking heeft en dat de wet geen overgangsbepalingen bevat. De parlementaire geschiedenis biedt geen aanwijzingen dat adoptiefkinderen anders behandeld moeten worden. De rechtbank concludeert dat de wet ook geldt voor adoptiefkinderen die al waren geadopteerd bij de inwerkingtreding van de wet.
Omdat eiseres ten tijde van de inwerkingtreding reeds het wettige kind van haar vader was door adoptie, moet zij als adoptiefkind worden beschouwd in de zin van de wet. De weigering van het Ministerie om haar adeldom te erkennen is daarom onterecht. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit dat de erkenning van adeldom weigerde wordt vernietigd.