ECLI:NL:RBMID:2002:AE7016
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.J.A. van Unnik
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding medische kosten ambtenaar wegens voorafgaande medische indicatie niet gegrond
Eiser, een ambtenaar die sinds 1993 door een dienstongeval arbeidsongeschikt is, verzocht vergoeding van medische kosten over 1999, waaronder een langdurige behandeling in een Zwitserse kliniek. Verweerder, de minister, weigerde enkele declaraties te vergoeden omdat niet vooraf een medische indicatie was gegeven, zoals volgens beleidsregels vereist.
De rechtbank stelt vast dat artikel 48 van Pro het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) bepaalt dat noodzakelijke medische kosten worden vergoed, ongeacht of vooraf een medische indicatie is gegeven. De minister mag beleidsregels stellen over de procedure en vorm van declaraties, maar kan niet de vergoeding afhankelijk maken van een voorafgaande beoordeling.
Verweerder's argument dat voorafgaande toetsing hoge kosten achteraf voorkomt, wordt door de rechtbank verworpen omdat ook vooraf hoge kosten kunnen ontstaan. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de uitleg van 'medische indicatie' door verweerder niet consistent is geweest en dat het vertrouwensbeginsel in het voordeel van eiser spreekt.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit tot verlaging van de reiskostenvergoeding niet correct is behandeld in het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit en beveelt een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister tot weigering van vergoeding wordt vernietigd.