ECLI:NL:RBMID:2002:AE6413
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrift en onjuiste aangiften omzetbelasting
De rechtbank Middelburg heeft verdachte veroordeeld voor valsheid in geschrift en het opzettelijk doen van onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting over meerdere jaren en tijdvakken. Verdachte had valselijk een arbeidsovereenkomst, werkgeversverklaring en loonstroken opgemaakt en gebruikt om een lening te verkrijgen. Daarnaast werden onjuiste aangiften omzetbelasting ingediend, waarbij belastingbedragen niet of te laag waren opgegeven.
Verdachte voerde verweer dat hij zich op de inkeerregeling beriep omdat hij suppletie-aangiften had gedaan. De rechtbank oordeelde echter dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de belastingdienst al op de hoogte was van de onjuistheden vanwege een eerder gestart boekenonderzoek, waardoor de inkeerregeling niet van toepassing was.
De bewijsvoering bestond uit ambtsedige processen-verbaal van de FIOD, verklaringen van getuigen en ambtenaren, en administratieve documenten die vals waren of onjuist werden gebruikt. Verdachte erkende het gebruik van de documenten maar ontkende werkzaamheden te hebben verricht en stelde dat hij schattingen had gemaakt bij de aangiften vanwege het ontbreken van de boekhouding.
De rechtbank stelde vast dat verdachte willens en wetens onjuiste aangiften deed en dat de belastingdienst hierdoor voor een substantieel bedrag werd benadeeld. Gelet op de ernst van de feiten en het gebrek aan inzicht bij verdachte, werd een gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, wegens valsheid in geschrift en belastingfraude.