ECLI:NL:RBMID:2002:AD8392
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag op vijfjarig kind met deels voorwaardelijke gevangenisstraf
De rechtbank Middelburg heeft op 23 januari 2002 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die wordt verdacht van poging tot doodslag op haar vijfjarige kind in de periode van 29 oktober tot en met 26 november 2000 in Vlissingen. De tenlastelegging omvatte het met kracht tegen harde voorwerpen gooien en het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan het kind, waaronder een schedelbotbreuk. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan.
De verdachte mishandelde het kind zodanig dat het bewusteloos raakte en liet het vervolgens geruime tijd bewusteloos achter zonder zorg te verlenen. Deskundigen stelden vast dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een persoonlijkheidsstoornis en gebrekkige geestvermogens, en adviseerden behandeling in een psychiatrische setting. De rechtbank achtte een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden echter niet geïndiceerd omdat het kind niet meer bij de verdachte verblijft.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 365 dagen, waarvan 131 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De verdachte moet zich houden aan bijzondere voorwaarden, waaronder opname en behandeling in een psychiatrische kliniek, zoals voorgesteld door de reclassering. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf. De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 365 dagen gevangenisstraf waarvan 131 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden voor behandeling.