ECLI:NL:RBMID:2001:AD4398
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. ter Berg
- M.P. Meeuwisse
- C. van Boven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar en nieuwe feiten
De rechtbank Middelburg behandelde op 2 oktober 2001 het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten waaronder oplichting en gekwalificeerde diefstal. Verdachte zat reeds in voorlopige hechtenis voor feiten uit 1998 en 1999. De rechtbank oordeelde dat de nieuwe tenlasteleggingen niet hetzelfde feit betreffen als de eerdere, omdat deze zich op andere plaatsen en tijden voordeden en een ander complex van handelen omvatten.
De rechtbank stelde vast dat het systeem van de wet niet toestaat dat voor hetzelfde feit tweemaal voorlopige hechtenis wordt toegepast, maar dat dit niet aan de orde is bij de nieuwe feiten. Verdachte werd verdacht van gekwalificeerde diefstal die pas na betekening van de dagvaarding opkwam, waardoor voorlopige hechtenis daarvoor nog niet was toegepast.
Daarnaast is er sprake van ernstige bezwaren en vluchtgevaar, mede omdat verdachte geen vast verblijfadres heeft en eerder uitzettingspogingen zijn mislukt. De rechtbank concludeerde dat het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis daarom moet worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen wegens ernstige bezwaren en vluchtgevaar.