ECLI:NL:RBMID:2001:AD3882
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing over termijnverlenging vervolging wegens openlijke geweldpleging met vuurwapengebruik
Op 13 september 2000 werd verdachte in verzekering gesteld op verdenking van medeplegen van meervoudige doodslag. Verdachte verbleef in voorlopige hechtenis tot 25 oktober 2000. Op 16 februari 2001 stelde de rechtbank een termijn van drie maanden aan de officier van justitie om een vervolgingsbeslissing te nemen. Deze termijn werd overschreden, waarna verdachte verzocht de zaak te beëindigen. De officier van justitie vroeg een nieuwe termijn vanwege de ernst van de feiten: een schietpartij met vuurwapens nabij een woonwijk.
De verdediging voerde aan dat de termijn opzettelijk was overschreden zonder geldige reden en dat herstel niet mogelijk was. De rechtbank oordeelde dat het overschrijden van de termijn weliswaar een verzuim is, maar dat dit hersteld kan worden door een nieuwe termijn te stellen, mits het algemeen belang dit dringend eist.
Gezien de ernst van de feiten, waaronder het gebruik van vuurwapens met ernstig letsel tot gevolg, achtte de rechtbank het algemeen belang vervolging dringend. De rechtbank stelde een nieuwe termijn van twee weken vast waarbinnen de officier van justitie moet beslissen of verdachte wordt vervolgd of niet. Hiermee wordt de onzekerheid voor verdachte beperkt en wordt het dossier spoedig afgerond.
Uitkomst: De rechtbank stelt een nieuwe termijn van twee weken voor de vervolgingsbeslissing wegens ernstige feiten met vuurwapengebruik.