ECLI:NL:RBMID:2001:AB2211
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en huurvordering in project Porto Letizia
Partijen hebben gezamenlijk een bungalowpark in Porlezza, Italië, ontwikkeld genaamd Porto Letizia. Op 13 juni 1997 is overeengekomen dat gedaagde het aandeel van eiser in het project overneemt voor ƒ 450.000,--, onder voorwaarden die in de overeenkomst en een aanvullende overeenkomst van 30 juli 1997 zijn vastgelegd.
Daarnaast sloten partijen op dezelfde dag een huurovereenkomst voor twee woningen van eiser in Nederland, welke per 15 oktober 1998 werd beëindigd. Eiser vordert betaling van ƒ 450.000,-- plus ƒ 17.000,-- huur, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
De rechtbank oordeelt dat de vordering van eiser ter zake van de verkoop van het aandeel toewijsbaar is, omdat aan de voorwaarden voor opeisbaarheid is voldaan. Het verweer van gedaagde, dat pas bij pleidooi werd ingebracht, wordt buiten beschouwing gelaten wegens niet tijdige conclusie van antwoord. De huurvordering wordt aangehouden. De buitengerechtelijke kosten worden gematigd tot ƒ 7.600,-- en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van ƒ 474.600,-- vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten; huurvordering wordt aangehouden.