ECLI:NL:RBMID:2001:AB2184
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bestuurdersaansprakelijkheid na beëindiging dienstverband en commissariaat
Eiser was van 1986 tot 1996 statutair directeur van AKF en commissaris bij HAF, een vennootschap waarin AKF een minderheidsbelang had. Na het faillissement van HAF stelden curatoren eiser aansprakelijk uit hoofde van zijn commissariaat. De rechtbank te Zutphen wees deze vorderingen af.
Eiser vorderde van AKF en De Schelde vergoeding van schade en betaling van een bedrag van f. 40.188,57, stellende dat zij verplicht waren een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering te sluiten. AKF en De Schelde betwistten dit en stelden dat partijen finale kwijting hadden verleend.
De rechtbank oordeelde dat de finale kwijting geen betrekking had op de aansprakelijkheidstelling die na het sluiten van de overeenkomst ontstond. AKF werd gehouden tot vergoeding van de reeds geleden en nog te lijden schade, terwijl De Schelde niet aansprakelijk werd geacht omdat zij geen wettelijke of contractuele verplichting had tot verzekering van bestuurders in minderheidsdeelnemingen.
De rechtbank veroordeelde AKF tot betaling van het gevorderde bedrag plus wettelijke rente en schadevergoeding, terwijl de vordering tegen De Schelde werd afgewezen. Proceskosten werden gedeeltelijk gecompenseerd.
Uitkomst: AKF wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en het bedrag van f. 40.188,57, De Schelde wordt vrijgesteld van aansprakelijkheid.