ECLI:NL:RBMID:2000:AA6260
Rechtbank Middelburg
- Raadkamer
- J.T. Begheyn
- A. van Wamel
- G.H. Nomes
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot vijf jaar gevangenisstraf voor doodslag met verminderde toerekeningsvatbaarheid
De rechtbank Middelburg heeft op 21 juni 2000 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, geboren in 1948, die werd verdacht van moord en subsidiair doodslag. De rechtbank sprak verdachte vrij van moord, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat hij het primair tenlastegelegde feit had begaan. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte doodslag heeft gepleegd.
Uit het sectierapport bleek dat het slachtoffer aan zeer ernstige inwendige en uitwendige verwondingen was overleden door fors geweld. Verdachte heeft het slachtoffer zonder directe aanleiding op zeer gewelddadige wijze om het leven gebracht. Twee gedragsdeskundigen rapporteerden over de geestvermogens van verdachte: een borderline persoonlijkheidsstoornis met passief-agressieve tendensen werd vastgesteld, maar de rechtbank volgde het oordeel van de psychiater dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was, ondanks het alcoholgebruik dat mogelijk tot een roes leidde.
De verdediging voerde aan dat verdachte 'stomdronken' was en daardoor niet toerekeningsvatbaar, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat het alcoholgebruik vrijwillig was en geen strafuitsluitingsgrond opleverde. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van verdachte, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijf jaar op, met aftrek van voorarrest.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf voor doodslag met aftrek van voorarrest.