ECLI:NL:RBMAA:2012:BY7820
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. Geer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verbetering geboorteakte wegens onjuiste geslachtsnaam en voornaam
De moeder verzoekt de rechtbank om verbetering van de geboorteakte van haar kind, omdat daarin onterecht de geslachtsnaam van de vader is vermeld terwijl zij wenst dat het kind haar geslachtsnaam draagt. Tevens wil zij dat een tweede voornaam wordt toegevoegd die bij de geboorte niet is opgenomen vanwege miscommunicatie met de ambtenaar van de burgerlijke stand.
De ambtenaar van de burgerlijke stand voert aan dat volgens het vermoedelijke Ivoriaanse of Liberiaanse recht het kind automatisch de geslachtsnaam van de vader krijgt en dat er geen keuzerecht bestaat. De moeder betwist dit en stelt dat Nederlands recht van toepassing is, omdat in de gemeentelijke basisadministratie de nationaliteit van het kind onbekend is.
De rechtbank stelt vast dat de ouders geen keuze voor de geslachtsnaam hebben verklaard en dat op grond van artikel 10:16 BW Pro Nederlands recht van toepassing is. Daarom had het kind de geslachtsnaam van de moeder moeten krijgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand heeft bovendien geen bezwaar tegen de toevoeging van de tweede voornaam.
Vanwege de inconsistentie tussen de geboorteakte en de akte van erkenning over de geslachtsnaam, geeft de rechtbank de moeder de gelegenheid zich nader uit te laten, waarna de vader en de ambtenaar kunnen reageren. De rechtbank houdt de beslissing aan totdat deze reacties zijn ontvangen.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en geeft partijen gelegenheid zich nader uit te laten over de verbetering van de geboorteakte.