ECLI:NL:RBMAA:2012:BY2980

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
03/995007-07 + 03/010731-04 (VTVV)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor grootschalige en langdurige BTW-fraude in tweedehandsautohandel

De rechtbank Maastricht heeft verdachte veroordeeld voor het plegen van grootschalige en langdurige BTW-fraude. Deze fraude vond plaats binnen de tweedehandsautohandel waarbij gebruik werd gemaakt van schijnconstructies, plofbedrijven, stromannen en valse facturen om het systeem van omzetbelasting te misbruiken. Verdachte speelde hierbij een leidende rol binnen een criminele organisatie.

De fraude bestond uit het onjuist of niet volledig opgeven van intracommunautaire verwervingen van auto's afkomstig uit Duitsland, waardoor de belastingdienst niet in staat was de juiste belastingaanslagen op te leggen. Dit leidde tot zwarte winst en ontwrichting van de markt door oneerlijke concurrentie.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld en met de overschrijding van de redelijke termijn tussen aanhouding en uitspraak. Desondanks achtte de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar passend en noodzakelijk gezien de ernst van de feiten en het criminele karakter van het handelen.

De fraude ondermijnt de belastingmoraal en brengt de overheid en samenleving financieel nadeel toe. Het handelen van verdachte was duidelijk gericht op financieel gewin en heeft geleid tot het onttrekken van grote sommen niet betaalde omzetbelasting aan de Staat der Nederlanden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf wegens grootschalige en langdurige BTW-fraude.

Uitspraak

Verdachte is veroordeeld voor grootschalige en langdurige BTW-fraude tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van het voorarrest
Strafmotivering
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is ge¬komen.
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan langdurige en grootschalige BTW-fraude. De fraude speelde zich af in de tweedehandsautohandel. Er werd gebruik gemaakt van allerlei schijnconstructies, zogenaamde plofbedrijven met nietsvermoedende zaaksvoerders, stromannen en valse facturen en andersoortige bescheiden. Dit alles om het systeem van de heffing van de omzetbelasting te misbruiken. Dit handelen vond plaats in het verband van een criminele organisatie.
Verdachte heeft in dat geheel een leidende rol gespeeld, waarbij op slinkse wijze gebruik is gemaakt van diverse buitenlandse plofbedrijven waardoor de uit Duitsland afkomstige auto’s uit het zicht verdwenen van de belastingdienst, omdat het gros van die plofbedrijven geen aangifte deden van onder meer omzetbelasting. De auto’s afkomstig van een Duitse dealer/garage werden ‘geleverd’ aan een plofbedrijf waarna ze vervolgens door het plofbedrijf als margeauto werden doorgeleverd aan de bedrijven van verdachte. Ogenschijnlijk werd getracht om te doen voorkomen dat het hier om marge auto’s draaide en niet om auto’s waarvan de BTW hier te lande volledig diende te worden afgedragen. De in feite intracommunautaire verwervingen werden niet/niet volledig of op onjuiste wijze opgegeven. Door deze wijze van werken werd zwarte winst gemaakt en wordt de (internationale) markt van de autohandel ontwricht omdat er sprake is van oneerlijke concurrentie.
Door het niet doen van een juiste aangifte (omzetbelasting) is de belastingdienst niet in staat geweest juiste belastingverplichtingen vast te stellen en aanslagen op te leggen. De goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van facturen. Indien facturen worden opgesteld dan wel gebruikt, die niet stroken met de werkelijkheid, wordt het systeem van de heffing van omzetbelasting volledig ondergraven.
Dit doet afbreuk aan de belastingmoraal en brengt de overheid en daarmee de gehele samenleving nadeel toe. Het handelen van verdachte was duidelijk gericht op geldelijk gewin. Door het handelen van verdachte heeft hij in crimineel verband grote sommen geld aan niet betaalde omzetbelasting aan de Staat der Nederlanden onttrokken.
De rechtbank heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 juli 2012 - in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
Op grond van het vorenstaande is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en noodzakelijk is. Een voorwaardelijke gevangenisstraf al dan niet in combinatie met een onvoorwaardelijke werkstraf doet namelijk volstrekt geen recht aan de ernst van de feiten.
De rechtbank overweegt ten aanzien van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf het volgende. De rechtbank heeft geconstateerd dat tussen de datum van aanhouding (19 januari 2010) en de datum waarop de rechtbank uitspraak doet meer dan twee jaren is gelegen. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Deze overschrijding van de redelijke termijn is grotendeels niet te wijten aan de verdachte en de rechtbank zal bij het bepalen van de hoogte van de straf hiermee rekening houden.
De rechtbank zal aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van vier jaren met aftrek van het voorarrest.