ECLI:NL:RBMAA:2012:BX8859
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij hennepteelt
De verdachte is veroordeeld voor medeplegen van diefstal van elektriciteit door middel van braak. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel op basis van een ander strafbaar feit, namelijk het telen van hennep, waarvoor de verdachte voldoende aanwijzingen zou zijn begaan.
De rechtbank overweegt dat volgens artikel 36e, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht de maatregel tot ontneming alleen kan worden opgelegd indien sprake is van soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd. Het telen van hennep valt onder een delict waarop maximaal een geldboete van de vierde categorie staat en beschermt een ander rechtsbelang dan diefstal van elektriciteit.
De raadsvrouw van de verdachte betoogde dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard en subsidiair dat de vordering moet worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk voordeel. De rechtbank sluit zich aan bij deze standpunten en concludeert dat de vordering niet kan worden toegewezen.
De rechtbank wijst daarom de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. Dit vonnis is uitgesproken op 2 oktober 2012 door de rechtbank Maastricht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af wegens het ontbreken van wettelijke gronden.