ECLI:NL:RBMAA:2012:BX8132
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor bezit hennep en hasjiesj, werkstraf opgelegd voor aanwezig hebben verdovende middelen in cel
Op 21 maart 2011 werd in de cel van verdachte in Penitentiaire Inrichting De Geerhorst een hoeveelheid hennep en hasjiesj aangetroffen. Verdachte werd ervan verdacht deze middelen te hebben verkocht en/of aanwezig te hebben gehad.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor de verkoop, waardoor verdachte daarvoor werd vrijgesproken. Wel achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de verdovende middelen in zijn cel opzettelijk aanwezig had.
De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder onontvankelijkheid van de officier van justitie en onbetrouwbaarheid van het bewijs, maar deze werden verworpen. De controle in de cel was rechtmatig volgens artikel 34 Penitentiaire Pro beginselenwet, ook zonder concrete verdenking.
Gezien de eerdere veroordelingen van verdachte voor drugssmokkel en de ernst van het feit, legde de politierechter een werkstraf van 39 uur op, met een vervangende hechtenis van 19 dagen bij niet-nakoming.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van verkoop, veroordeeld tot werkstraf van 39 uur voor bezit verdovende middelen in cel.