ECLI:NL:RBMAA:2012:BX5641
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.H.A.F.M. Krol
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens kennelijke misslag en niet voldoen aan recidivecriteria
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die vastzat op grond van een bevel van de politierechter voor een termijn van 30 dagen. De raadsman stelde dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was omdat de termijn was verstreken zonder dat er een tijdige vordering tot verlenging was gedaan.
De rechtbank verwijst naar het arrest van het Gerechtshof Amsterdam (LJN: BC7867) en overweegt dat de duur van voorlopige hechtenis uit de wet (art. 66 Sv Pro) voortvloeit, waardoor de zittingsrechter geen ruimte heeft om een bevel tot voorlopige hechtenis voor bepaalde tijd te bevelen of te verlengen, tenzij expliciet gegrond op art. 67a lid 3 Sv. In deze zaak ontbrak een dergelijke motivering, waardoor het bevel voor 30 dagen als een kennelijke misslag wordt aangemerkt.
Daarnaast is vastgesteld dat verdachte niet voldoet aan de criteria van frequente recidive zoals bedoeld in de LOVS-oriëntatiepunten, waardoor op grond van art. 67a lid 3 Sv de voorlopige hechtenis dient te worden opgeheven. De rechtbank verklaart het verzoek tot opheffing niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van belang, omdat verdachte inmiddels op 22 augustus 2012 is vrijgelaten.
De officier van justitie beveelt de onmiddellijke invrijheidsstelling van verdachte. Hiermee wordt bevestigd dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was na afloop van de termijn en zonder geldige verlenging.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis wordt opgeheven wegens kennelijke misslag en verdachte wordt vrijgelaten.