ECLI:NL:RBMAA:2012:BX3340
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot uithuisplaatsing wegens ongeldig indicatiebesluit
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige vanwege ernstige gedragsproblemen en hechtingsproblematiek. De minderjarige verbleef sinds mei 2011 bij pleegouders, maar de ambivalente houding van de ouders belemmerde de hulpverlening. De kinderrechter stelde vast dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende was en dat een neutrale derde regie moest nemen.
De raad overlegde een indicatiebesluit van juli 2011, dat echter was verzilverd en daarom niet meer als grondslag kon dienen voor de machtiging. Een nieuw indicatiebesluit, vrijwel identiek aan het oude, werd alsnog overgelegd. De rechtbank oordeelde dat dit niet voldeed aan de eisen van actualiteit en inhoudelijke toetsing zoals voorgeschreven in de Wet op de jeugdzorg en de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank vernietigde het nieuwe indicatiebesluit omdat het bureau jeugdzorg zich niet naar behoren had gehouden aan de verplichting om relevante feiten en belangen te onderzoeken. Zonder een geldig indicatiebesluit kon de machtiging tot uithuisplaatsing niet worden verleend. De ondertoezichtstelling werd wel toegewezen voor een periode van één jaar. De ouders werden aangemaand tot samenwerking met de gezinsvoogd en het pleeggezin, waarbij terugkeer naar huis niet onmiddellijk aan de orde was.
Uitkomst: Het verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen wegens ongeldig indicatiebesluit; ondertoezichtstelling wordt toegewezen voor één jaar.