ECLI:NL:RBMAA:2012:BW7902
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting coffeeshop wegens ontbreken spoedeisend belang
De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de last onder bestuursdwang tot sluiting van een coffeeshop voor de duur van één maand. Dit besluit was genomen door de burgemeester van Maastricht en betrof de sluiting van de coffeeshop vanaf 11 mei 2012. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat aan de formele vereisten voor het treffen van een voorlopige voorziening was voldaan. Echter, op de datum van de uitspraak was de sluitingsperiode reeds verstreken, waardoor het spoedeisend belang ontbrak. Het enkele feit dat verzoekers een principiële uitspraak wensen, is volgens vaste rechtspraak onvoldoende voor toewijzing.
Verder overwoog de rechter dat verzoeker wel een belang heeft in de hoofdzaak vanwege mogelijke omzet- en toekomstige gevolgen, maar dat dit geen aanleiding geeft tot een spoedeisend belang. Ook de door verzoeker aangevoerde privacyzorgen en zorgen over werknemers werden niet als voldoende spoedeisend belang aangemerkt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat handhaving van het besluit geen onevenredige benadeling oplevert en dat er geen aanleiding is voor een voorlopige voorziening. Er is geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. De verzoeken werden daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorzieningen tegen de sluiting van de coffeeshop worden afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.