ECLI:NL:RBMAA:2012:BV9858
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onwerkbare situatie en verwijtbaar gedrag
De zaak betreft de ontbinding van een arbeidsovereenkomst tussen een junior stylist en haar werkgever wegens een onwerkbare situatie. De werkneemster verliet de werkplek na een conflict en nam de fooienpot mee, wat door de werkgever als dringende reden voor onmiddellijke opzegging werd gezien. Daarnaast speelde overlast veroorzaakt door vrienden van de werkneemster die klanten en de sfeer in de kapsalon negatief beïnvloedden.
Er was geen schriftelijke arbeidsovereenkomst en geen adequate uren- en loonadministratie, wat leidde tot onduidelijkheden en klachten van de werkneemster over haar loon, uren en functie. Ondanks herhaalde klachten werd hier door de werkgever onvoldoende op gereageerd. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van wederzijdse verwijten, maar dat het verwijt aan de werkneemster minder zwaar woog.
De kantonrechter wees af dat sprake was van een dringende reden voor onmiddellijke ontbinding, maar achtte de situatie wel onwerkbaar en ontbond de arbeidsovereenkomst per 1 april 2012. De werkneemster kreeg een billijke vergoeding van €2.000 bruto toegekend, gebaseerd op haar laatstverdiende loon. Proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 april 2012 met een vergoeding van €2.000 bruto aan de werkneemster.