ECLI:NL:RBMAA:2011:BW8374
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting servicekosten en huur Hr-ketel in huurovereenkomst
In deze zaak staat de betalingsverplichting van servicekosten over het jaar 2009 centraal tussen huurder en verhuurder. De Huurcommissie had eerder een betalingsverplichting vastgesteld van €1.837,29 en een voorschotbedrag van €155 per maand vanaf 1 juli 2010. De verhuurder vordert een hogere vaststelling van de servicekosten en een hoger voorschotbedrag, onder meer omdat de huur van de hoogrendementsketel (Hr-ketel) en beveiligingskosten volgens haar als servicekosten moeten worden beschouwd.
De huurder betwist dat deze kosten als servicekosten in rekening mogen worden gebracht, omdat hierover geen uitdrukkelijke afspraken zijn gemaakt en de Hr-ketel als onroerende zaak wordt gezien waarvan de huur geacht wordt in de huurprijs te zijn verrekend. De kantonrechter volgt deze lijn en oordeelt dat de Hr-ketel onderdeel is van de verhuurde onroerende zaak en dat de kosten daarvan niet als servicekosten mogen worden doorberekend, tenzij anders overeengekomen.
De kantonrechter wijst de vordering van de verhuurder tot verhoging van de servicekosten af en bevestigt het door de Huurcommissie vastgestelde bedrag. Daarnaast wordt de verhuurder veroordeeld tot terugbetaling van een bedrag van €1.581,93 wegens onverschuldigde betalingen door de huurder, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 12 januari 2011. De kosten van het geding worden eveneens aan de verhuurder opgelegd.
Uitkomst: De vordering tot verhoging van de servicekosten wordt afgewezen en de verhuurder wordt veroordeeld tot terugbetaling van onverschuldigde bedragen.