ECLI:NL:RBMAA:2011:BW8123
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering incassobureau wegens gebrek aan bewijs van contractuele relatie met provider mobiele telefonie
Intrum Justitia Nederland B.V. vordert betaling van een bedrag van €986,70 van gedaagde, gebaseerd op een zogenaamd overgenomen vordering van Vodafone Libertel B.V. wegens een vermeende telefonieovereenkomst. Gedaagde betwist pertinent het bestaan van een contract met Vodafone.
Intrum faalt in het leveren van voldoende bewijs dat zij rechthebbende is van de vordering, aangezien zij geen concrete stukken overlegt die de cessie en de levering daarvan aantonen. Ook ontbreekt een gedetailleerde onderbouwing van de vermeende overeenkomst tussen Vodafone en gedaagde, zoals datum, wijze van contractering, identiteitcontrole en inhoud van de overeenkomst.
De rechtbank oordeelt dat de stelplicht en bewijslast bij Intrum liggen, en dat de enkel verwijzing naar niet toegelichte producties onvoldoende is. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat er een overeenkomst bestond of dat Intrum gerechtigd is tot de vordering.
De vordering wordt daarom afgewezen en Intrum wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagde, vastgesteld op €25,00. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor wat betreft de kostenveroordeling.
Uitkomst: De vordering van Intrum wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van de contractuele relatie en cessie.