ECLI:NL:RBMAA:2011:BW6767
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opheffing beschermingsbewind wegens onvoldoende zelfredzaamheid
De rechtbank Maastricht behandelde op 24 augustus 2011 het verzoek van de rechthebbende tot opheffing van het beschermingsbewind dat sinds 17 maart 2010 was ingesteld. Rechthebbende gaf aan dat hij de kosten van het bewind te hoog vond en zichzelf weer in staat achtte zijn financiële zaken zelfstandig te regelen. Hij had een schuldenlast van circa €3.500 en ontving een bijstandsuitkering. De bewindvoerder reageerde verbaasd op het verzoek, verwijzend naar nieuwe schulden na een schone lei in 2008 en een schuldenlijst van ruim €9.000.
De kantonrechter nam mee dat het van belang is rechthebbende en zijn minderjarige kinderen te beschermen tegen nieuwe schulden, mede omdat een nieuwe toelating tot de WSNP binnen tien jaar na een schone lei niet mogelijk is. De bewindvoerder stelde een gefaseerd programma voor waarbij rechthebbende eerst leefgeld per veertien dagen zou ontvangen en bij succes over zou gaan op maandgeld, om zo zijn zelfstandigheid te testen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek tot opheffing van het bewind op dit moment moest worden afgewezen omdat nog niet was gebleken dat rechthebbende zijn vermogensrechtelijke belangen weer behoorlijk zelfstandig kan waarnemen zonder nieuwe schulden te maken. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kantonrechter W.E. Elzinga.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van het beschermingsbewind is afgewezen omdat rechthebbende nog niet voldoende zelfstandig zijn financiële belangen kan beheren.